Resultaat
Over 2020 hebben we een bedrijfsresultaat uit gewone bedrijfsuitoefening (voor waardeveranderingen) verantwoord van 5,7 miljoen euro tegen 4,3 miljoen euro in 2019. De belangrijkste oorzaak van de toename van dit resultaat is de afname van de onderhoudskosten ten opzichte van de eenmalige piek in 2019. Het totale bedrijfsresultaat wordt sterk beïnvloed door de waardeveranderingen van ons vastgoed. Deze waardeveranderingen leveren geen bijdrage aan de kasstroom en zijn door ons niet of nauwelijks te beïnvloeden. Ze hebben echter wel een grote invloed op de waarde van het vastgoed en daarmee op het resultaat.
Het totale (boekhoudkundige) resultaat over 2020 bedraagt 35,7 miljoen euro tegen 36,7 miljoen euro in 2019.
Hieronder analyseren we het resultaat ten opzichte van 2019.
| (bedragen x € 1.000) | 2020 | 2019 | verschil |
|---|---|---|---|
| Exploitatie vastgoedportefeuille | 15.088 | 13.648 | 1.440 |
| Verkocht vastgoed in ontwikkeling | 0 | 6 | -6 |
| Verkoop vastgoedportefeuille | 363 | 467 | -104 |
| Overige activiteiten | 0 | 0 | 0 |
| Overige organisatiekosten | -793 | -742 | -51 |
| Leefbaarheid | -1.161 | -1.144 | -17 |
| Financiële baten en lasten | -7.791 | -7.895 | 104 |
| Bedrijfsresultaat uit gewone bedrijfsuitoefening (voor waardeverandering) | 5.706 | 4.340 | 1.366 |
| Waardeveranderingen vastgoedportefeuille | 31.892 | 33.358 | -1.466 |
| Bedrijfsresultaat na waardeverandering voor belastingen | 37.598 | 37.698 | -100 |
| Vennootschapsbelasting | -2.425 | -1.815 | -610 |
| Resultaat na belastingen | 35.173 | 35.883 | -710 |
| Resultaat deelnemingen | 486 | 865 | -379 |
| Groepsresultaat na belastingen | 35.659 | 36.748 | -1.089 |
Analyse
Exploitatie vastgoedportefeuille
Het netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille nam toe met 1,4 miljoen euro. De huren namen toe met circa 0,6 miljoen euro door onder andere de oplevering van nieuwbouw en de algemene huurverhoging. De kosten van onderhoud namen af met 1,5 miljoen euro. De overige directe exploitatiekosten namen toe met ruim 0,5 miljoen euro. De belangrijkste oorzaak hiervan is de toename van de verhuurderheffing met 0,4 miljoen euro naar 5,3 miljoen in 2020.
Netto resultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling
In 2020 is een parkeerplaats uit voorraad verkocht. In 2019 is een nagekomen baat verantwoord in verband met verrekening van in het verleden verkochte kavels en in 2019 zijn nagekomen kosten van in eerdere jaren afgeronde projecten verantwoord.
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille
Dit resultaat is sterk afhankelijk van het aantal en type woningen dat verkocht wordt en de boekwaarde (marktwaarde in verhuurde staat) hiervan. In 2020 hebben we in totaal vijf woningen verkocht (2019: 8).
Overige organisatiekosten
Deze kosten namen licht toe ten opzichte van 2019.
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille
Deze post heeft het grootste effect op het uiteindelijke resultaat. Hierin is namelijk begrepen de waardeontwikkeling van het vastgoed in exploitatie. De marktwaarde in verhuurde staat nam in 2020 toe met 40 miljoen euro tegen 47 miljoen in 2019. Dit komt enerzijds door marktontwikkeling, maar anderzijds door aanpassingen in het 'Handboek modelmatig waarderen marktwaarde'. In onderstaande paragraaf ‘waardering vastgoed’ gaan we nader in op de ontwikkeling van de waarde van het vastgoed in exploitatie.
De in deze post begrepen overige waardeveranderingen namen namen toe van negatief 13.9 miljoen euro naar negatief 8,5 miljoen euro. In 2020 is ruim 1,6 miljoen euro (2019: ruim 1,5 miljoen euro) onrendabele top verantwoord voor nieuwbouwprojecten. In 2020 is de onrendabele top verwerkt van het project Podium Bellevue IV en V van 4,2 miljoen euro en werd op basis van de actuele marktwaarde 2,5 miljoen euro van vorig jaar voorziene onrendabele top teruggenomen (projecten Julianakwartier, St. Elisabeth en Bieshorstlaan / Scheurkamp). Daarnaast is ruim 6,8 miljoen euro (2019: 12,4 miljoen euro) verantwoord voor onrendabele verbeteringen die in 2020 zijn uitgevoerd of in 2020 zijn opgedragen voor uitvoering in 2021. Dit betreffen met name energetische verbeteringen.
Financiële baten en lasten
De financiële baten en lasten verbeterden per saldo met bijna 0,1 miljoen euro. De rentelasten bleven ondanks de toename van de leningportefeuille vrijwel gelijk. De activering van rente op projecten in ontwikkeling was ongeveer 0,1 miljoen hoger dan in 2019.
Vennootschapsbelasting
Per saldo bedroeg de belastingdruk over 2020 2,4 miljoen euro tegen 1,8 miljoen euro in 2019. Doordat de fiscale waardering erg afwijkt van de commerciële waardering, ontstaan fiscaal totaal andere resultaten dan commercieel met de bijbehorende belastingdruk. De hogere belastingdruk ten opzichte van 2019 is enerzijds het gevolg van minder onderhoudskosten in 2020 ten opzichte van 2019 en anderzijds de mutaties in latenties. Met name de latentie in verband met fiscaal afschrijvingspotentieel nam relatief fors af, door de toename van de WOZ-waarden (fiscale bodemwaarde), waardoor minder mogelijkheden voor fiscale afschrijvingen resteren. In 2019 is voor het eerst de rentaftrekbeperking (ATAD) van toepassing. Hierdoor ontstaat een extra belastingdruk van circa 1,25 miljoen euro!
Resultaat deelnemingen
Ons aandeel in het resultaat 2020 van CV Heyendaal bedroeg 0,5 miljoen euro tegen 0,9 miljoen euro in 2019.
Waardering vastgoed
Op grond van de Woningwet waarderen corporaties het vastgoed in exploitatie op marktwaarde in verhuurde staat. Deze marktwaarde dient te worden bepaald aan de hand van het hiervoor uitgebrachte ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’. Hiervoor hebben we een Taxatie Management Systeem (TMS). We hanteren de basisversie van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ voor woongelegenheden, MOG, intramuraal vastgoed, woonwagens en standplaatsen en parkeergelegenheden. Voor BOG hanteren we verplicht de full versie van het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’. Dit omdat de huursom van dit vastgoed meer bedraagt dan 5% van de totale huursom van de niet-DAEB tak. Dit vastgoed is integraal getaxeerd door een gecertificeerd taxateur.
Marktwaarde in verhuurde staat
Enkele argumenten die ten grondslag liggen aan de keuze voor marktwaarde als waarderingsgrondslag voor het bezit van woningcorporaties zijn:
- het maakt corporaties transparanter en beter onderling vergelijkbaar en ook beter vergelijkbaar met marktpartijen. Onder andere door de uniforme en beleidsvrije berekeningssystematiek. Ook geeft het inzicht in de verschillen in het behaalde rendement ten opzichte van het in de markt haalbare rendement.
- waarderen op marktwaarde stimuleert de professionalisering van de vastgoedsturing. We gaan de marktwaarde ook gebruiken bij besluitvorming over het bezit in het kader van het assetmanagement.
Waardemutatie marktwaarde
Jaarlijkse mutaties in de marktwaarde van het vastgoed in exploitatie worden verwerkt via het resultaat. Door deze systematiek is het resultaat jaarlijks onderhevig aan grote schommelingen. De waardeontwikkeling van het vastgoed wordt voor een belangrijk deel bepaald door marktomstandigheden en door de mutatiegraad van de betreffende waarderingscomplexen. Dit zijn factoren waar we niet of nauwelijks invloed op kunnen uitoefenen. De niet-gerealiseerde waardeveranderingen (puur het gevolg van gewijzigde marktwaarde) van de vastgoedportefeuille bedragen in 2020 positief 40,2 miljoen euro tegen positief 47,2 miljoen euro in 2019.
Op hoofdlijnen is de (per saldo) positieve waardeontwikkeling in 2020 van 40,2 miljoen euro als volgt te verklaren (in € miljoen):
| Methodische wijzigingen handboek en software | -1,8 |
| Parameteraanpassingen a.g.v. validatie handboek | -0,7 |
| Parameteraanpassingen a.g.v. marktontwikkelingen | 3,0 |
| Mutatie objectgegevens | 39,7 |
Toelichting
Parameteraanpassingen a.g.v. validatie handboek zien op actualisatie van de markthuren en de disconteringsvoet op grond van de validatie van het handboek 2020 en parameteraanpassingen a.g.v. marktontwikkelingen betreffen aanpassingen op grond van de actuele ontwikkelingen in 2020 van de macro-economische parameters, markthuren, leegwaardestijgingen, kostenniveaus en disconteringsvoet.
Beleidswaarde
Beleidsmatige beschouwing op de ontwikkeling van de beleidswaarde:
De ontwikkeling van de beleidswaarde wordt deels beïnvloed door de ontwikkeling van de marktwaarde in verhuurde staat die hiervoor is toegelicht. Dit omdat de beleidswaarde de marktwaarde als vertrekpunt neemt.
In 2020 zijn de definities van BZK, Aw en WSW voor onderhoud en beheer verder aangescherpt. Deze definities worden toepast bij het bepalen van de normen voor onderhoud en beheer ten behoeve van de beleidswaarde. De definities zien ook op de inrichting van kostenverdeling binnen de functionele winst-en-verliesrekening, zodat de normen daarop aansluiten. De aanscherping heeft voor Ons Huis niet tot aanpassingen in het bepalen van de normen geleid.
Bij het opstellen van de jaarrekening maakt het bestuur diverse oordelen en schattingen. Dit is inherent aan het toepassen van de geldende verslaggevingsstandaarden. In het bijzonder is dit van toepassing op de bepaling van de marktwaarde en de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie. De waardebepaling van het vastgoed (terug te vinden in de marktwaarde en beleidswaarde), is geen exacte wetenschap. Dit betreft bovendien de grootste schattingspost waar het bestuur een inschatting over moet maken voor de jaarrekening.
Overeenkomstig de regelgeving is de ontwikkeling in de beleidswaarde ten opzichte van de beleidswaarde ultimo 2019 toegelicht.
| Ontwikkeling beleidswaarde | 2020 | 2019 | |
|---|---|---|---|
| Uitgangspunten | |||
| Disconteringsvoet | 6,50% | 6,83% | |
| Streefhuur per maand | 628 | 606 | |
| Lasten onderhoud en beheer per jaar | 2943 | 2879 | |
| Beleidswaarde (x € 1.000) | |||
| DAEB vastgoed in exploitatie | 375.838 | 332.764 | |
| Niet-DAEB vastgoed in exploitatie | 36.249 | 30.992 | |
| Totaal | 412.087 | 363.756 |
Beleidsmatige beschouwing op het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie:
Per 31 december 2020 is in totaal 425 miljoen euro aan ongerealiseerde herwaarderingen in het eigen vermogen begrepen (2019: 398 miljoen euro) uit hoofde van de waardering van het vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde in verhuurde staat. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.
De realisatie van deze ongerealiseerde herwaardering is sterk afhankelijk van ons beleid. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren, zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Omdat onze doelstelling is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar zelf niet in kunnen voorzien, wordt van het vastgoed in exploitatie slechts een zeer beperkt deel vervreemd. Daarnaast wordt bij mutatie van de woningen slechts in uitzonderingsgevallen de huur verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijk onderhouds- en beheerslasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde. Dit laatste vloeit voort uit onze beoogde kwaliteit- en beheersituatie.
Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde (en daarmee van het eigen vermogen) in de toekomst wordt gerealiseerd.
Het bestuur heeft een inschatting gemaakt van het gedeelte van het eigen vermogen dat bij ongewijzigd beleid niet of eerst op zeer lange termijn realiseerbaar is. Deze schatting ligt in lijn met het verschil tussen de beleidswaarde van het bezit in exploitatie en de marktwaarde in verhuurde staat en bedraagt circa 411 miljoen euro. Dit verschil is als volgt te verklaren (x € 1.000):
| DAEB | Niet-DAEB | ||||
| Marktwaarde in verhuurde staat | 775.310 | 47.913 | |||
| 1. Beschikbaarheid (door exploiteren) | -84.671 | -3.545 | |||
| 2.a Betaalbaarheid (huren | -163.903 | -3.182 | |||
| 2.b Betaalbaarheid (verh. heffing) | -55.671 | -1.967 | |||
| 3. Kwaliteit (onderhoud) | -84.843 | -3.091 | |||
| 4. Beheer (beheerkosten) | -10.384 | 121 | |||
| -399.472 | -11.664 | ||||
| Beleidswaarde | 375.838 | 36.249 |
Dit impliceert dat circa 66% van het totale eigen vermogen niet of eerst op zeer lange termijn realiseerbaar is. Gezien de volatiliteit van (met name) de beleidswaarde, is dit aan fluctuaties onderhevig. Verdere ontwikkeling van het waardebegrip beleidswaarde kan leiden tot verdere aanpassingen van de beleidswaarde in de komende tijd.
Vermogensontwikkeling
Het vermogen op basis van de jaarrekening 2019 bedroeg 583 miljoen euro. Door het resultaat over 2020 van 35 miljoen euro nam het vermogen ultimo 2019 toe tot 618 miljoen euro.
Treasury
Algemeen
Een groot gedeelte van het bezit van woningcorporaties is gefinancierd met aangetrokken leningen. Treasury vormt daardoor een belangrijk onderdeel van de financiële huishouding bij woningcorporaties. Doel van de treasuryfunctie is het indekken en spreiden van renterisico’s, het toetsen van de financierbaarheid van alle (geplande) activiteiten, het aantrekken van benodigde financiering, optimalisatie van onze financieringsstructuur en het minimaliseren van de rentelasten. We namen een aantal organisatorische maatregelen om de treasuryfunctie goed te laten functioneren.
Reglement Financieel beleid en beheer
Op grond van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (Btiv) hebben we een reglement Financieel Beleid en Beheer (verder: Reglement) vastgesteld. We hebben het Reglement opgesteld om ervoor te zorgen dat de financiële continuïteit niet in gevaar wordt gebracht. Zo kunnen we onze volkshuisvestelijke doelstellingen blijven realiseren. In dit Reglement hebben we ook specifieke treasurybepalingen opgenomen met bepalingen uit de wet, die nader zijn uitgewerkt in het treasurystatuut. Eind 2019 hebben we dit Reglement geactualiseerd. Het geactualiseerde Reglement is goedgekeurd door de Raad van Commissarissen en de Autoriteit woningcorporaties (Aw).
Treasurystatuut
Ons beleid op het gebied van treasury is vastgelegd in het treasurystatuut. Hierin beschrijven we de organisatie van de treasuryfunctie, de wijze van besluitvorming, de verantwoording en de informatievoorziening.
Treasurycommissie
Periodiek vindt overleg plaats over treasury-aangelegenheden in de treasurycommissie. De treasurycommissie bestaat uit de volgende functionarissen: manager Bedrijfsvoering & Financiën (voorzitter); directeur-bestuurder; controller en een extern adviseur (externe treasurer). De treasurycommissie handelt binnen de kaders van het treasurystatuut en het treasuryjaarplan. De treasurycommissie is in 2020 viermaal bijeen geweest. Tijdens deze bijeenkomsten kwamen onder andere marktontwikkelingen, beschikbaarheid van financiering, borgingsplafond, liquiditeitsprognoses, schuldrest per verhuureenheid, beoordelingskader Aw/WSW en renterisico’s aan de orde. Bovendien zijn de voorgenomen transactievoorstellen besproken.
Treasuryjaarplan
In het treasuryjaarplan beschrijven we onze belangrijkste treasury-acties voor het komende jaar. Het treasuryjaarplan is gebaseerd op de goedgekeurde meerjarenbegroting en meerjarenprognoses en wordt vastgesteld door de directeur-bestuurder en goedgekeurd door de Raad van Commissarissen. Door goedkeuring van het treasuryjaarplan geeft de Raad van Commissarissen toestemming aan de directeur-bestuurder om, ten behoeve van de DAEB-activiteiten (en binnen de van toepassing zijnde externe en interne ‘spelregels’), financiering aan te trekken, tot maximaal het door het WSW afgegeven borgingsplafond. Acties die niet binnen de kaders van dit treasuryjaarplan vallen, moeten ter goedkeuring aan de Raad van Commissarissen voorgelegd worden. Uitzondering hierop zijn acties die een expliciet uitvloeisel zijn van het voldoen aan wet- en regelgeving. Daarvoor bestaat een informatieplicht aan de Raad van Commissarissen.
Financieringsbevoegdheid treasury
We moeten te allen tijde aan onze financiële verplichtingen kunnen voldoen. Hiertoe trekken we, indien noodzakelijk, leningen aan met borging door het WSW (mits ten behoeve van DAEB). Het WSW stelt borgingsruimte beschikbaar door middel van het door haar vastgestelde borgingsplafond. Dit borgingsplafond betreft het maximale bedrag aan door het WSW te borgen financiering, in het van toepassing zijnde jaar. De hoogte van het borgingsplafond is (mede) afhankelijk van de financieringsbehoefte conform de dPi-opgaaf. We ontvingen in 2020 een borgingsplafond van 231,3 miljoen euro voor ultimo 2021.
Scheiding van DAEB en niet-DAEB
We kozen voor een administratieve scheiding van DAEB en niet-DAEB. In het door de Aw goedgekeurde scheidingsvoorstel is het volgende opgenomen:
- aan de niet-DAEB tak wordt een startliquiditeit toegekend van 0,75 miljoen euro
- de DAEB tak verstrekt een interne lening aan de niet-DAEB tak met de volgende modaliteiten:
- hoofdsom 20 miljoen euro
- aflossingsschema gebaseerd op aflossingsschema leningportefeuille DAEB-tak
- rente 4,15% op jaarbasis
Op basis van de huidige niet-DAEB prognoses wordt verwacht dat er geen financieringsbehoefte ontstaat in deze tak. Op dit moment is er echter wel een maatschappelijk discussie over de rol van corporaties in het ontwikkelen van middenhuur-woningen. Het is niet uitgesloten dat we op grond hiervan op termijn ook woningen in deze categorie ontwikkelen, waardoor er toch een financieringsbehoefte ontstaat. Overtollige middelen in de niet-DAEB worden hierom met ingang van 2018 niet meer als extra aflossing op de interne lening afgestort aan de DAEB-tak, maar door middel van een interne renteloze lening uitgeleend aan de DAEB-tak. Door deze lening direct opeisbaar te maken, kan hiermee (al dan niet gedeeltelijk) in toekomstige behoefte worden voorzien. Ultimo 2020 is 600.000 euro door de niet-DAEB-tak uitgeleend aan de DAEB-tak.
Langlopende schulden
Onze langlopende schulden (inclusief het kortlopend deel) namen in 2020 toe met 5,7 miljoen euro. Ter financiering van de aflossingen en investeringen trokken we nieuwe leningen aan van 22 miljoen euro. In 2020 losten we 16,3 miljoen euro af op de leningen, inclusief (per saldo) terugplaatsingen op roll-overs. Het gemiddelde rentepercentage van de op 31 december 2020 aanwezige leningen is 3,48% (2019: 3,73%). De afname is het gevolg van de lagere rente op de nieuwe leningen en de roll-over leningen ten opzichte van de afgeloste leningen.
Liquiditeiten
Het saldo liquide middelen nam in 2020 af van 8,4 miljoen euro naar 3,0 miljoen euro. In 2020 is de kredietfaciliteit opgezegd, vanwege sterk toegenomen kosten. Om toch voldoende flexibiliteit in de liquiditeit te waarborgen is een derde roll-over lening overeengekomen, waardoor elke maand op drie momenten opname of terugplaatsing van en naar roll-over kan plaats vinden. Van de totale hoofdsom van de roll-overs van 15 miljoen euro was ultimo 2020 4,5 euro teruggeplaatst. Op basis van de meerjarenbegroting zijn de operationele kasstromen de komende jaren positief. Deze positieve kasstromen wenden we aan voor de financiering van (nieuwbouw- en duurzaamheid)investeringen.
Derivaten
Volgens ons treasurystatuut mogen rente-instrumenten worden ingezet om renterisico’s af te dekken. Het doel hiervan is dat lange rentevaste perioden mogelijk zijn zonder hoge liquiditeitsopslagen voor de onderliggende lening. Bovendien kunnen we op deze wijze flexibiliteit bereiken door het ontkoppelen van lening en rentelooptijd. Er zijn randvoorwaarden in het statuut opgenomen om risico’s te vermijden of te beperken. We hebben op dit moment geen derivaten.
Belastingen en andere heffingen
Vennootschapsbelasting
We zijn belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting sinds 1 januari 2008. Onze aanslagen tot en met 2016 zijn definitief door de fiscus opgelegd. Met de fiscus is overeenstemming bereikt over de te hanteren restwaarde voor de bepaling van de fiscale afschrijvingsmogelijkheden. Op grond hiervan is de aangifte 2017 recent opnieuw ingediend en de fiscus zal (naar verwachting) op grond hiervan de definitieve aanslag opleggen. De aangifte 2018 is ingediend, op onderdelen is er nog afstemming met de fiscus. De aangifte 2019 hebben we nagenoeg afgerond en zal binnenkort worden ingediend.
De gevolgen van de renteaftrekbeperking (ATAD) zijn evenals in 2019 fors. Ongeveer 5,0 miljoen euro van de rentelast is niet aftrekbaar. De vennootschapsbelasting is hierdoor circa 1,25 miljoen hoger dan zonder de renteaftrekbeperking.
Verhuurderheffing
In 2020 hebben we de opgelegde verhuurderheffing voldaan van 5,27 miljoen euro (2019: 4,88 miljoen euro). De totale belastingdruk (lokaal en rijks) bedraagt in 2020 ongeveer drie maandhuren. Geld van de huurders, wat wegvloeit en waardoor we enorm worden beperkt in onze investeringsmogelijkheden.
Saneringsheffing
Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw legde in 2020 geen saneringsheffing op. Voor 2021 tot en met 2025 dienen corporaties rekening te houden met een heffing van 1% van de huursom van de woongelegenheden. Voor ons betekent dit circa 432.000 euro in 2021.
Bijdrageheffing Autoriteit woningcorporaties (Aw)
In de herzieningswet is bepaald dat toegelaten instellingen met ingang van 1 juli 2015 de kosten van het toezicht op de sector door de Aw moeten betalen. De kosten hiervan in 2020 bedroegen voor ons 33.000 euro.
Financiële oordelen van externe partijen
Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)
Het WSW verklaarde in 2020 dat het risicoprofiel van Ons Huis ongewijzigd is en dat Ons Huis ingedeeld blijft in risicoklasse laag. Het WSW verklaarde dat de ingerekende volkshuisvestelijke ambities van Ons Huis haalbaar zijn binnen de vigerende financiële kaders. Met het WSW werd onder andere gesproken over het nieuwe ondernemingsplan en de opgestelde portefeuillestrategie. Het opstellen van de financieringsstrategie heeft in 2020 vertraging opgelopen. In de 1e helft van 2021 ronden we dit document af en versturen het aan het WSW.
Autoriteit woningcorporaties (Aw)
De Aw beoordeelt integraal woningcorporaties. Dit toezicht is gericht op governance, integriteit, rechtmatigheid en de bescherming van maatschappelijk vermogen. Het functioneren van de corporatie wordt hierbij in samenhang bezien en afgezet tegen wettelijke normen en beleidsregels en het risicoprofiel van de corporatie. De door Aw uitgevoerde basisbeoordeling gaf geen aanleiding een verdiepende beoordeling uit te voeren. De risico inschatting voor Ons Huis werd door de Aw op alle onderdelen van het beoordelingskader als laag gekwalificeerd.
Visitatie
Begin 2019 is het visitatierapport 2014 - 2017 uitgebracht.
De samenvatting van de resultaten van de uitgevoerde visitatie door Raeflex is:
Ons Huis heeft de koers naar een beheercorporatie bestendigd
De corporatie heeft de verbetersuggesties uit de vorige visitatie serieus opgepakt. Ons Huis laat zich typeren als een koersvaste corporatie. De koers die is ingezet van ontwikkelcorporatie naar een beheercorporatie is consequent doorgevoerd. De corporatie is financieel gezond. Door stagnatie op de woningmarkt en overheidsbezuinigingen was de financiële slagkracht van corporaties beperkt en heeft Ons Huis zich vooral gericht op haar kerntaak: het bewaken van de volkshuisvestelijke basis, het beheer van de bestaande voorraad en de leefbaarheid van complexen. Intern heeft zij ingezet op ontwikkeling van de medewerkers, het inbedden van procesmatig werken, sturen op assetmanagement en beheersing van de risico’s. Ons Huis heeft een duidelijke visie ontwikkeld op leefbaarheid in wijken, die ook in het huidige ondernemingsplan een centrale rol inneemt naast de prioriteiten betaalbaarheid en duurzaamheid. De financiële ruimte die er wel was heeft zij onder meer benut om huren betaalbaar te houden, energetische maatregelen toe te passen en eind 2017 te fuseren met het Woningbedrijf Warnsveld. Een fusie die door belanghebbenden wordt ondersteund vanwege de volkshuisvestelijke meerwaarde. De fusie met Woningbedrijf Warnsveld heeft de organisatie goed georganiseerd en een aantal onverwachte tegenvallers kon Ons Huis goed aan. Zo waren er bij een nieuwbouwproject bijvoorbeeld hogere bouwkosten en werd de huur bij huurders aan het eind van de maand in plaats van aan het begin van de maand geïnd.
Belangrijke verbeterpunten in onze ogen:
- De samenwerking met de gemeente kan op meer niveaus worden geborgd. We pakken de uitnodiging graag op om samen naar de toekomstige investeringsagenda te kijken.
- Met zorgpartijen gaan we graag in gesprek over het samen ontwikkelen van een visie op de woon-zorg-ontwikkelingen. Want wij onderschrijven het belang van samenwerking. Ook geven we graag (nog meer) aandacht aan de groeiende groep kwetsbaren en ouderen.
De door de commissie geschetste agenda voor de toekomst hebben we in 2019 en 2020 opgepakt en vullen we in de toekomst verder in. Het rapport is wat ons betreft niet alleen een rapport om trots op te zijn. Het is ook een aanleiding om actief en dichtbij door te gaan!
Financiële kengetallen
Beoordelingskader
De Autoriteit woningcorporaties (Aw) en Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) beoordelen de risico's van corporaties op basis van een gezamenlijk beoordelingskader. De basis beoordeling van de financiële positie vindt plaats op basis van vijf financiële ratio’s.
Interest Coverage Ratio (ICR)
Over 2020 bedraagt de ICR 1,7 (2019: 1,4). In 2019 was de ICR incidenteel lager dan voorgaande en toekomende jaren door de eenmalige piek in onderhoudsuitgaven. Het langjarig gemiddelde voldoet ruimschoots aan de normen.
Solvabiliteit
De solvabiliteit (o.b.v. beleidswaarde) nam toe van 43,6% eind 2019 naar 46,6% eind 2020, en blijft ruim boven de norm van 15%. De toename van de solvabiliteit wordt met name veroorzaakt door de toename van de beleidswaarde. De reden van de toename is hiervoor beschreven in de paragraaf Analyse, onderwerp Beleidswaarde.
Loan to Value
De Loan to Value, de verhouding tussen de uitstaande leningen en de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie, verbeterde van 58,3% eind 2019 naar 52,8% eind 2020. De huidige norm is <85%. Hier is de toename van de beleidswaarde de belangrijkste oorzaak.
Dekkingsratio
De dekkingsratio, de verhouding tussen de marktwaarde van zowel de uitstaande leningen en van het vastgoed in exploitatie, nam toe van 43,8% eind 2019 naar 45,3% eind 2020. De marktwaarde van de uitstaande leningen nam (door de lage actuele rente) sterker toe dan het vastgoed in exploitatie. De norm voor de dekkingsratio is <70%.
Onderpandratio (WSW)
De onderpandratio, de verhouding tussen de marktwaarde van de geborgde uitstaande leningen en de marktwaarde van het vastgoed in exploitatie in onderpand bij het WSW, nam toe van 42,1% eind 2019 naar 43,7% eind 2020. De marktwaarde van de geborgde leningen nam in 2020 sterker toe dan de marktwaarde van het vastgoed in onderpand bij het WSW. De externe norm is <70%.
Toekomstparagraaf
Ons Huis ervaart geen grote gevolgen van de Coronacrisis. Er is geen sprake van (ernstige) onzekerheid omtrent de continuïteit of belemmerende impact op de bedrijfsvoering. De Covid-19 situatie heeft nauwelijks effect op onze huuropbrengsten in 2020 gehad. Ook in 2021 en volgende jaren voorzien wij geen significante omzetdaling. Van overheidswege bevriezen wij per 1 juli 2021 de DAEB- huren en voeren dus geen huurverhoging door. Per 1 januari 2021 zijn een groot aantal huren, op basis van inkomensgegevens van de belastingdienst, verlaagd tot de aftoppingsgrens. Als huurders, ondanks deze maatregelen, in de financiële problemen komen dan blijven maatwerk afspraken voor betalingsregelingen mogelijk.
Ons Huis heeft in 2020 geen gebruik gemaakt van (Covid-19) overheidssteun en verwacht deze steun in de toekomst niet nodig te hebben wegens omzetderving of het niet in kunnen zetten van personeel. Ook verwachten wij geen gevolgen van de Covid-19 situatie op onze financieringspositie of financieringsconvenanten.
Op grond hiervan zien wij geen reden om te twijfelen aan de continuïteit van de stichting en hebben wij de jaarrekening opgemaakt op basis van continuïteitsveronderstelling en achten wij de ingenomen schattingen in de jaarrekening nog steeds passend.
Risicomanagement
In de Raad van Commissarissen, het managementteam en operationeel binnen onze organisatie is continu aandacht voor mogelijke risico’s en beheersmaatregelen om de risico’s te beperken of terug te dringen. In periodieke sessies bespreken het managementteam en het middenkader aanwezige risico’s en beheersmaatregelen en beoordelen ze welke aanvullende maatregelen nodig zijn. Medewerkers inclusief MT-leden volgden trainingen 'Risicomanagement'. Interne projectleiders weten vanuit een eerdere incompany training 'resultaat gericht projectmatig werken' dat risicomanagement onderdeel is van projectmatig werken en passen dit steeds meer toe in de plannen van aanpak en tussentijdse voortgangsrapportages van onze interne projecten. In de meerjarenbegroting worden een aantal scenario's opgenomen om de impact van mogelijke risico's te duiden. Daarnaast worden tijdens de bespreking van de meerjarenbegroting in de Raad van Commissarissen de uitkomsten van een risicoanalyse gepresenteerd. Deze risicoanalyse wordt gemaakt door middel van de Monte Carlo-methode. Hierbij zijn 2.000 scenario’s doorgerekend, waarvan de kans dat een scenario voorkomt voor alle scenario’s even waarschijnlijk is. Doordat in de meerjarenbegroting de ambities en prestatieafspraken op het gebied van nieuwbouw en energetische maatregelen (Routekaart CO2-neutraal) zijn ingerekend, neemt de kans toe (tot 30%) dat de (interne) financiële kaders (tijdelijk) niet worden gehaald. Gezien de middellange termijn waarop zich dit eventueel zou voordoen hebben we voldoende mogelijkheden om hier in voorkomende gevallen op te anticiperen en het beleid bij te stellen.
Risicobereidheid
De financiële situatie maakt het mogelijk een zekere mate van bereidheid toe te passen voor het nemen van risico’s en onzekerheden. Desondanks zijn en worden risico’s zoveel mogelijk vermeden. We drukken de risicobereidheid uit in een score van 1 tot en met 5, en geven per risico (op dezelfde schaal) aan wat de huidige risicoscore is. Hierbij geeft de risicoscore de huidige inschatting van het management weer van de mate waarin risico’s worden gelopen.
In onderstaande legenda is de risicobereidheid toegelicht:
Strategische risico’s
| Strategisch risico | Risico’s op het gebied van wet- en regelgeving (o.a. Europese aanbesteding) |
|---|---|
| Risicobereidheid (1 - 5) | 1 |
| Risicoscore (1 - 5) | 1 |
| Beheersingsmaatregelen | Inrekenen (potentiële) overheids- of sectorheffingen en scenario’s opstellen en doorrekenen. |
| Strak proces voor toewijzingen aan de doelgroep en monitoring t.o.v. de 90% norm en passend toewijzen. | |
| Gemeenten en huurdersorganisaties hebben meer bevoegdheden vanuit de nieuwe Woningwet. Om strategisch voorraadbeleid te kunnen blijven uitvoeren en invloed te blijven houden op volkshuisvestelijk gebied voeren we open gesprekken met stakeholders zetten we in op structurele succesvolle samenwerking. |
| Strategisch risico | Risico’s van investeren in duurzaamheid (realisatie van de politieke ambitie van een gemiddeld energielabel B per corporatie in 2021 en duurzaamheidsambitie voor 2050 C02 neutraal) Sub risico’s: benodigde goedkeuring van huurders voor duurzaamheidsmaatregelen in woningen, benodigde capaciteit toeleveranciers, aannemers en bij Ons Huis, afbouw salderingsregeling, onvoldoende reductie CO2 en aardgasgebruik, andere kennis benodigd door veranderende opgave afhankelijk van overheid en externe partijen, niet kunnen voldoen aan klimaatakkoord en sectorafspraken. |
|---|---|
| Risicobereidheid (1 - 5) | 2 |
| Risicoscore (1 - 5) | 3 |
| Beheersingsmaatregelen | Opstellen visie en beleid duurzaamheid. |
| Aedes routekaart Co2 neutraal in 2050 (ingerekend in MJB) en opstellen actuele routekaart. | |
| Inzichtelijk maken actieve en doelgerichte inzet van middelen m.b.v. kosten/baten voor investeringen. | |
| Rendementsdoelstellingen; Effecten van genomen maatregelen op energiegebruik bewoners. | |
| Voor het verduurzamen van de woningportefeuille is een operationeel plan van aanpak lange termijn (> 5jaar) geformuleerd: operationele beleid sluit aan op het integrale beleid en de voorraadstrategie. | |
| Intern voldoende kennis en capaciteit om transitieprogramma op een goede manier te beheersen en tot uitvoer te brengen. | |
| Extern andere vorm van aanbesteding met meer lange termijn focus (borging capaciteit). | |
| Investeren in relatie met belanghebbenden. | |
| Communicatie huurders over wat Ons Huis doet op het gebied van duurzaamheid. | |
| Draagvlak bij bewoners creëren en behouden. | |
| Huurverhoging bij verdere verbetering dan label B. |
| Strategisch risico | Risico’s communicatie bij crisissituaties |
|---|---|
| Risicobereidheid (1 - 5) | 2 |
| Risicoscore (1 - 5) | 3 |
| Beheersingsmaatregelen | Jaarlijkse actualisatie calamiteitenplan, incl. risico imagoschade en communicatie. |
| Instructies aandacht calamiteiten, mediatraining. | |
| Bereikbaarheid bij calamiteiten geregeld. | |
| Communicatieplan bij (potentieel actuele) actualiteiten. | |
| Monitoring sociale media. | |
| Evaluatie afhandeling calamiteiten. | |
| Vergroten politiek bewustzijn. |
| Strategisch risico | Asociaal woongedrag, leefbaarheid en veerkracht buurten neemt af. Sub risico's: onbeheersbaar woon- en leefklimaat, ondermijning. |
|---|---|
| Risicobereidheid (1 - 5) | 2 |
| Risicoscore (1 - 5) | 3 |
| Beheersingsmaatregelen | Strategisch voorraad beleid. |
| Project preventie overlast. | |
| Streefhuurbeleid. | |
| Overlastbestrijding met externe partijen. | |
| Speerpunt in nieuw ondernemingsplan met strategiën en nieuwe gerichte functie. | |
| Intensieve samenwerking met gemeenten en samenwerkingspartners aan integrale wijkaanpak, a.d.h.v. vitaliteitsagenda. | |
| Complexbeheerders in kwetsbare complexen. | |
| Woonconsulenten actief en dichtbij in de wijken. | |
| Opstapregeling. | |
| Tussenvormen wonen met zorg. | |
| Toewijzingsproces. | |
| Aanpak wanbewoning en tuinen. | |
| Integriteitsworkshops (zomer 2020). | |
| Contact met politie (wijkagenten). |
| Strategisch risico | Cybercriminaliteit. Kwetsbare digitale systemen lopen het risico te worden gehackt. Door hiaten in de IT-beveiliging kunnen cybercriminelen toegang krijgen tot bestanden die informatie bevatten over bijvoorbeeld (toekomstige) huurders en die naar personen te herleiden is. Tevens risico op betalen grote sommen losgeld aan hackers. |
|---|---|
| Risicobereidheid (1 - 5) | 2 |
| Risicoscore (1 - 5) | 4 |
| Beheersingsmaatregelen | Toegangsbeveiliging, bevoegdheden, passwords aangescherpt. |
| Risicoanalyses met externe netbeheerder. | |
| Legal hack (Red Test) eind 2019 uit laten voeren en opvolgen aanbevelingen. |
| Strategisch risico | Datalekken |
|---|---|
| Risicobereidheid (1 - 5) | 2 |
| Risicoscore (1 - 5) | 3 |
| Beheersingsmaatregelen | Awareness via personeelsbijeenkomsten en intranet . |
| Instructies en inwerkprogramma nieuwe medewerkers. | |
| Bewerkersovereenkomsten. | |
| Proces datalekken (audit + evaluatie door AVG crisis team). | |
| AVG inrichting Viewpoint. | |
| Privacy impact analyse uitgevoerd (2018). | |
| Informatiebeveiligingsbeleid (2019 opgesteld). | |
| Risicoanalyses met externe netwerkbeheerder (n.a.v. Red Test). | |
| Uitwerking Mobile Device Management. |
| Strategisch risico | Digitalisering, primair systeem, ICT kosten en datakwaliteit. Bedrijfsvoering steeds afhankelijker van digitale systemen. Als deze uitvallen of bijvoorbeeld door brand niet toegankelijk zijn, loopt de bedrijfscontinuïteit gevaar. Als data kwaliteit niet op orde is, bestaat het risico op foute besluitvorming of uitvoering operationele proces incl. compliance. |
|---|---|
| Risicobereidheid (1 - 5) | 2 |
| Risicoscore (1 - 5) | 3 |
| Beheersingsmaatregelen | (Pro-)actief contact met leveranciers (ook waar OH nog geen zaken mee doet). |
| SLA's voor continuïteit voorzieningen. | |
| Actieve deelname aan en initiatief voor strategische sessies met ICT-leveranciers. | |
| Deelname aan kennissessies. | |
| Onderhandelingen over prijsvorming. | |
| Inzichtelijke business cases bij nieuwe toepassingen / aanvullingen bestaande situatie. | |
| Benchmark en samenwerking met andere corporaties en leveranciers. | |
| Analyse bestaande data. | |
| Verbetering data vanuit assetmanagement. | |
| Processen inrichten en beschrijven en audits uitvoeren. | |
| Bevindingen bevestigen uit meerdere bronnen, hoor- en wederhoor toepassen. | |
| Opvolgen adviezen accountant in ML. | |
| DIN om capaciteit en planning af te stemmen. |
| Strategisch risico | Coronacrisis |
|---|---|
| Risicobereidheid (1 - 5) | 2 |
| Risicoscore (1 - 5) | 2 |
| Beheersingsmaatregelen | Maatregelen ter bescherming personeel en bezoekers. |
| Maatwerk voor huurders die in financiële problemen komen. | |
| Actualiteiten en regels overheid (op-)volgen. | |
| Corona overleg team ingesteld. | |
| Stimuleren binding bedrijf en medewerkers. | |
| Nieuwe manieren van communiceren. |
Financiële risico’s
| Financieel risico | Renterisico’s |
|---|---|
| Risicobereidheid (1 - 5) | 2 |
| Risicoscore (1 - 5) | 1 |
| Beheersingsmaatregelen | Treasurystatuut. |
| Maximaal jaarlijks renterisico 15%. |
| Financieel risico | Financieringsrisico’s |
|---|---|
| Risicobereidheid (1 - 5) | 2 |
| Risicoscore (1 - 5) | 1 |
| Beheersingsmaatregelen | Treasurystatuut en jaarplan, treasury-organisatie. |
| Plafond voor het leningvolume. | |
| Sturen op het blijvend voldoen aan de ratio’s van WSW voor facilitering geborgde financiering. | |
| Kredietfaciliteit. | |
| Sturen op operationele kasstromen. |
| Financieel risico | Belastingen en heffingen |
|---|---|
| Risicobereidheid (1 - 5) | 1 |
| Risicoscore (1 - 5) | 1 |
| Beheersingsmaatregelen | Convenant Horizontaal Toezicht met fiscus. |
| Fiscaal statuut. | |
| Kennis- en bewustzijnsbevordering betrokkenen (opleiding, workshops/seminars). | |
| Quick scan loonbelasting. | |
| Gebruik van externe deskundigheid (bijv. kwartaaloverleg loonbelasting, BTW). | |
| Belastingen (incl. ATAD) en heffingen ingerekend in MJB. | |
| Leningruil Vestia (ter voorkoming systeemrisico WSW). |
| Financieel risico | Risico’s kasstroom onder druk |
|---|---|
| Risicobereidheid (1 - 5) | 2 |
| Risicoscore (1 - 5) | 1 |
| Beheersingsmaatregelen | Heffingen en belastingen ingecalculeerd en gefinancierd vanuit operationele kasstroom. |
| Actief bijblijven op ontwikkelingen wet- en regelgeving , scenario's berekenen om goed voorbereid te zijn op effect van maatregel. | |
| Lobby voor vermindering druk op kasstroom door VHH en Vpb (ATAD). |
Organisatorische risico’s
| Organisatorisch risico | Externe compliance risico’s |
|---|---|
| Risicobereidheid (1 - 5) | 2 |
| Risicoscore (1 - 5) | 1 |
| Beheersingsmaatregelen | Onafhankelijke positie Controller binnen de organisatie. |
| 4-jaarlijkse visitatie. | |
| Governance jaaragenda (Aedes Code , wet- en regelgeving, statuten en reglementen). |
| Organisatorisch risico | Interne compliance risico’s |
|---|---|
| Risicobereidheid (1 - 5) | 1 |
| Risicoscore (1 - 5) | 1 |
| Beheersingsmaatregelen | Integriteitscode en dilemmatrainingen. |
| Klokkenluidersregeling. | |
| Vertrouwenspersonen (in- en extern). | |
| Internetprotocol, en inkoopregels bij privé-aankopen. |
| Organisatorisch risico | Onvoldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar. |
|---|---|
| Risicobereidheid (1 - 5) | 2 |
| Risicoscore (1 - 5) | 3 |
| Beheersingsmaatregelen | Programmamanagement (DIN), plannen en prioriteren projecten. |
| In MD-traject MT aandacht voor stijl leidinggeven en aandacht werkdruk. | |
| Mogelijkheden POP stimuleren, duurzame inzetbaarheid. | |
| Inzetten flexibele schil. | |
| Actief personeelsbeleid. | |
| Trainee voor onderzoek en ontwikkeling. | |
| Onderzoek medewerkerstevredenheid. |
| Organisatorisch risico | Toenemende werkdruk door ambities en projecten |
|---|---|
| Risicobereidheid (1 - 5) | 2 |
| Risicoscore (1 - 5) | 3 |
| Beheersingsmaatregelen | Strategische personeelsplanning, personeelsvisie. |
| Programmamanagement (DIN), plannen en prioriteren projecten. | |
| Bijeenkomsten organiseren met personeel uitkomsten MTO. | |
| Sturen op voorkomen verlofvijvers. | |
| Investeren in duurzame inzetbaarheid, opleidingen. | |
| Budget inhuur derden, flexpool KSC medewerkers. |
| Organisatorisch risico | Kwetsbare ICT afdeling |
|---|---|
| Risicobereidheid (1 - 5) | 2 |
| Risicoscore (1 - 5) | 2 |
| Beheersingsmaatregelen | Programma I&A 2021. |
| Outsourcen werkzaamheden naar externe partijen. | |
| Inzetten kerngebruikers. |
Vastgoedrisico's
| Risico's vastgoed | Ontwikkelingsrisico's vastgoedmarkt, prijsstijgingen |
|---|---|
| Risicobereidheid (1 - 5) | 2 |
| Risicoscore (1 - 5) | 2 |
| Beheersingsmaatregelen | Investeringsstatuut. |
| Investeringsbeslissingen geïntegreerd in het assetmanagement. | |
| Fasedocumenten (inclusief besluitvorming) met hierop afgestemde mandatering, risicoparagraaf. | |
| Actuele (slimme) contractvorming. |
| Risico's vastgoed | Druk op de woningmarkt, beschikbaarheid locaties beperkt. |
|---|---|
| Risicobereidheid (1 - 5) | 2 |
| Risicoscore (1 - 5) | 3 |
| Beheersingsmaatregelen | Overleg met gemeente en collega’s. |
| Grondpositie inzetten voor woningbouw. | |
| Afspraken over woningbouw in prestatieafspraken. |
| Risico's vastgoed | Risico’s samenhangend met het bestaande vastgoed |
|---|---|
| Risicobereidheid (1 - 5) | 1 |
| Risicoscore (1 - 5) | 2 |
| Beheersingsmaatregelen | Risicokaart voor asbest, CO2, asbest, legionella en instortingsgevaar (maatregelen gepland of uitgevoerd). |
| Verzekering voor brand-, storm- en waterschade. | |
| Calamiteitenplan. | |
| Wijze van contractvorming met zorgpartijen. | |
| Risico op stijgende bouwkosten en de druk op de beschikbaarheid van aannemers beheersen door langere termijn afspraken (RGS) maken, vaste prijsafspraken en SLA’s met aannemers te maken. | |
| Onderzoek en maatregelen brandveiligheid hoogbouw. | |
| Gebiedsontheffing flora en fauna. | |
| Onderzoek gevolgen klimaatverandering (o.a.wateroverlast). | |
| Onderzoek aanwezigheid loden leidingen uitgevoerd. |
Operationele risico’s
De gekwantificeerde operationele risico's zijn niet in bovenstaand overzicht opgenomen.